 |
Tips |
SeptemberGrote struiken of coniferen die u volgend jaar wilt verplanten, kunt u in september het beste rondsteken.
In september kunt u uw haag mooi strak snoeien, dan hebt u daar de hele winter plezier van.
Scheer een haag onderaan altijd breder dan bovenaan. Zo kan het zonlicht er ook aan de onderkant bij.
OktoberHet seizoen voor wortelgoed en kluitgoed is weer aangebroken. Alles is weer ruim voorhanden bij Greenlink. Grote partijen nodig, wij maken graag een offerte.
NovemberBescherm planten met een matige winterhardheid (Gunnera, Agapanthus en Eriobotrya) tegen strenge vorst en dek ze af met een rieten mat, een speciale beschermingsdoek of ander luchtdoorlatend materiaal.
DecemberBij Greenlink zijn we tot eind december voor u geopend. Tot die tijd zorgen wij ervoor dat onze planten goed overwinteren. Wortels zijn dermate essentieel voor de planten dat we er voorzichtig mee moeten omgaan. Daarom is het van groot belang dat we met name de bladhoudende planten beschermen tegen vorst en wind. Doordat we over diverse ruimten beschikken, kunnen wij u ook tijdens de wintermaanden van een breed assortiment blijven voorzien.
In december is de tuin winterklaar. Een mooie gelegenheid om samen goede (tuin)voornemens voor het nieuwe jaar te maken!
JanuariVriest het? Wacht dan met snoeien tot de vorst voorbij is.
Groenblijvende planten zijn extra vatbaar voor verdroging, zeker bij hevige kou. De verdamping via de bladeren gaat namelijk ook gewoon door als de wortels bevroren zijn. Vooral als de zon schijnt kunnen de planten uitdrogen. Bescherm ze daarom tijdelijk met een tuinvlies, een rietmat of ander luchtdoorlatend materiaal.
De eerste maand van het jaar is een uitstekende tijd om druiven te te snoeien en de dode en zieke takken te verwijderen.
Staat het kwik boven het nulpunt? Dan is het prima weer om fruitbomen en andere bladverliezende bomen of struiken aan te planten.
|
|
 |
Advies |
Uiteraard kunnen de specialisten van Greenlink u met raad en daad terzijde staan. Over uiteenlopende onderwerpen kunt u bij ons terecht met vragen.
 |
Ontwerpservice |
|
 |
Plantadvies |
|
 |
Bomen planten |
|
 |
Snoeiadvies |
|
Ontwerpservice |
|
|
Ontwerpservice
Tuinen ontwerpen is een vak apart. Een tijdrovend en inspirerend vak dat om kennis, ruimtelijk inzicht en creativiteit vraagt. Veel hoveniers hebben er echter de tijd niet voor of richten zich liever op de praktische kant van het vak. Herma Renirie van Signatuur, gediplomeerd (freelance) tuinontwerpster met twintig jaar ervaring, doet niets liever dan u en uw klanten verrassen met een mooi en doordacht tuinontwerp. Ze staat u bij op de manier die u wilt; met enkel een schets of ontwerp, of compleet met kladbegroting en beplantingsplan.
Herma: “Dat doe ik in de stijl die de opdrachtgever en hovenier voor ogen hebben, maar met mijn eigen handtekening (signatuur). Vernieuwen zonder trendy te zijn, dat is in mijn ogen de uitdaging. Dat begint met een goed gesprek bij de klant, waarin ik alles wat ik hoor en zie in me opneem. Ik kijk naar de levensstijl, het interieur, ik luister naar wat er gezegd en vooral naar wat er niet gezegd wordt en ik zoek naar grenzen. Vervolgens vertaal ik dit alles naar een ontwerp dat past als een tweede huid. Want een tuin moet precies de gewenste emotie oproepen. Een tuin kent geen problemen, maar uitgangspunten.
De ontvangstruimte van Greenlink is er speciaal voor u. Hier kunt u aan een sfeervolle tafel in alle rust, overleggen met uw klanten of uw ontwerpwensen aan ons kenbaar maken. Geen tijd voor een tijdrovend tuinontwerp? Herma maakt graag tijd voor u vrij!
Herma Renirie van de Broek
Mob 06-22785500
info@signatuur.eu |
 |
 |
Plantadvies |
|
|
Zo haalt u het beste uit uw potplant naar boven.
Veel tuinplanten kunnen tegenwoordig het hele jaar door geplant worden omdat ze in potten gekweekt worden (uiteraard niet als de grond bevroren is.) Bomen en heesters worden tijdens het groeiseizoen liever niet verplaatst. Zitten ze in een pot, dan kunt u ze wel in de grond zetten. De wortel blijft dan immers in tact. Na het verplanten dient u de plant vervolgens te blijven verzorgen alsof het een potplant is.
- Maak de kluit doornat en zet hem vervolgens in de grond. Daarna blijft u de plant water geven alsof het een potplant is. De plant zal echter minder water nodig hebben omdat hij ook water aan de grond onttrekt. Als algemene regel geldt: geef zo weinig mogelijk water, maar laat de plant nooit uitdrogen.
- Vooral in het groeiseizoen is voorzichtigheid geboden omdat de wortels alle energie nodig hebben om te kunnen groeien. Is het lente of herfst? Trek dan af en toe de ronddraaiende wortels los of breek de kluit. Zo zorgt u ervoor dat de kluit beter wortelt.
Een plant heelhuids uit de pot halen
- Haal de plant altijd uit de pot.
- Zit de wortel vast aan de pot? Haal hem voorzichtig los, maar trek hem niet kapot.
- Als de haarwortel onder de pot uitgroeit, snij deze dan aan de onderkant af. Groeien er dikkere wortels uit de pot, bijvoorbeeld bij heesters of bomen, houd dan de wortels intact en maak de pot desnoods stuk.
- Is het een plant met een kleinere potinhoud dan drie liter? Maak de kluit met uw handen los van de pot, keer de plant met de pot om en klop de plant los.
- Dat geldt ook voor grotere kluiten: klop ze omgekeerd los, draai de pot weer om en trek de plant er voorzichtig, met de hele kluit, uit. Dreigt de kluit kapot te gaan, maak hem dan eerst beter los van de pot.
- Een boom uit een pot halen doet u eveneens op bovenstaande wijze. Ook kunt u de boom horizontaal leggen en de pot er voorzichtig afschuiven.
De diepte van een plant bepalen
- De kluit van een plan moet helemaal onder de grond staan. Ideaal is één tot twee centimeter grond boven de kluit, in ieder geval nooit dieper. Zo voorkomt u uitdroging. Ook komen zo de wortels niet bloot te liggen als de grond nog iets zakt.
- Plant u in de herfst of de winter? Controleer dan of de plant nog goed in de grond staat. Door de vorst kan de plant omhoog komen.
|
 |
 |
 |
Bomen planten |
|
|
Bomen zijn eigenlijk planten, alleen zijn ze vaak groter en ouder. De adviezen voor planten zijn dan ook grotendeels op bomen van toepassing. Onderstaande tips gelden enkel voor bomen.
Zo plaatst u een boompaal
- Een boom die op eigen kracht groeit, ontwikkelt een sterkere stam, een betere wortelhals en gezondere wortels. Toch hebben sommige bomen de eerste tijd hulp nodig van een boompaal. U kunt deze het beste na één tot vier jaar weghalen, als de boom sterk genoeg is om op eigen kracht te blijven staan.
- Kleine bomen (10/12 -14/16) hebben aan één boompaal voldoende. Bevestig deze aan de windzijde van de boom (meestal west-zuidwest) op ongeveer 150 centimeter hoogte aan de boom.
- Staat de boom op een plaats met veel wind? Is de boom zwaar of wilt u hem beschermen tegen vandalisme en aanrijdingen? Dan kunt u desgewenst drie palen om de boom plaatsen.
- Stevige bomen hebben minder steun nodig; drie korte palen van 50 centimeter voldoen. Zo kan de boom een dikkere stam en trekwortels ontwikkelen.
- Een soepele band van rubber of een autogordel geeft de boom speling. Voorkom dat de boom wordt afgekneld of dat de bast scheurt en controleer ieder voorjaar of de boom genoeg ruimte krijgt om te groeien.
- Plaats eerst de paal en pas daarna de boom. Zo weet u zeker dat u de wortels van de boom niet beschadigt.
- Graaf een ruimer en dieper gat dan de kluit of wortels en spit de bodem van het gat goed los.
- Plaats de boom ter hoogte van de wortelhals (en niet dieper!) in de grond: daar waar de groene stam overgaat in de roodbruine wortels.
- Laat het gaas om de kluit zitten en snij het alleen bovenaan los om de boom aan te aarden.
- Hebt u een boom met een draadkluit van ijzergaas? Plaats dan de plant eerst op de juiste plaats in het plantgat en knip vervolgens alleen het (bovenste) rijgsnoer los. Het water en de bodemstoffen laten het ijzer met een paar jaar verdwijnen.
De boomspiegel
- Wilt u de boom in een grasveld plaatsen? Maak dan rondom de boom een boomspiegel vrij door het gras te verwijderen. Gras onttrekt behoorlijk wat water aan de grond waardoor de boom zelf te weinig water krijgt. Bovendien is de grond minder luchtig. Door de boomspiegel te bedekken met een laag van bijvoorbeeld houtsnippers, houdt u de boomspiegel vrij. U kunt hem natuurlijk ook gewoon schoonhouden.
- Plaats de boom iets hoger dan het gras in de grond. De aflopende boomspiegel voorkomt zo dat de boom met zijn voet in het water staat.
Bodemschimmels
- Sommige bomen zoals de Fagus en Betula hebben bodemschimmel nodig om goed te kunnen groeien. Deze bomen worden, als ze wat zwaarder zijn, altijd compleet met kluit verplant zodat de schimmel behouden blijft.
- Wilt u een jonge boom met kale wortel aanplanten? Ent dan de grond met schimmel. Neem hiervoor de grond van een oude, gezonde aanplant van dezelfde soort en strooi dat in het plantgat. De schimmel zal zich dan vanzelf uitbreiden.
Vollegrondsplanten
Kuit en wortel
- Verkeren de planten in winterrust? Afhankelijk van het weer kunt u ze van oktober tot april compleet met blote wortel verplanten. Omdat bladhoudende planten ook in de winter verdampen, dient u deze met kluit te verplanten.
- Verplant u planten met kale wortels? Zorg dan dat de wortels vochtig blijven.
Wortels
- Wortels hebben meer te vrezen van droogte dan van vorst. Vooral de haarwortels drogen snel uit en juist die halen het water uit de grond. Houd wortels daarom altijd vochtig en vervoer ze in een natte plastic zak. Vraag hier even naar als u bij ons bent; ze liggen voor u klaar.
- Plaats de wortels in de grond voor het gaat vriezen. De droogte die de vorst met zich meebrengt, is slecht voor de wortels.
Het planten
- Graaf een ruim plantgat en maak de grond onderin goed los.
- Zet bomen en struiken met een kale wortel iets dieper. Aard ze vervolgens los aan en schud ze iets omhoog. Zo kan de grond goed tussen de wortels komen.
- Druk de grond rondom de wortels aan, maar niet te hard, zeker niet bij natte grond. Zonder lucht warmt de grond niet goed op, waardoor het kiemproces minder goed op gang komt.
Snoeien
- Bij het verplanten van vollegrondsplanten kunt u de beschadigde wortels het beste glad afknippen, vooral de wortels waar veel haarwortel aan zit. Ook de lange, kale wortels kunt u insnoeien.
- Ook de plant zelf kan ingesnoeid worden, zo herstelt u de verhouding tussen blad en wortel en beperkt u de verdamping. Veel heesters kunnen best een paar takken missen.
Kluitplanten
- Hebt u een groenblijvende plant met jute rond de kluit? Die kan gewoon blijven zitten en verteert vanzelf in de grond.
- Zit er acryl of elastiek rond de kluit? Snij dan in ieder geval de bovenste helft los zodat de kluit en de stam genoeg ruimte hebben. De rest kan gewoon in de grond blijven zitten.
|
 |
 |
 |
 |
Snoeiadvies |
|
|
Groenblijvende heesters
Niet alle groenblijvende heesters hoeven gesnoeid te worden. Snoeit u ze toch, doe dit dan na de winter, als het risico op vorst en indroging verdwenen is.
- Groeien er groene takken in een bontbladige heester? Snoei deze dan op het bonte hout terug.
Afsnoeien
- Is de groenblijvende heester aan de onderkant kaal of ingevroren, dan kunt u hem vaak vlak boven de grond afsnoeien (let op de eventuele entplaats), maar alleen als het een gezonde plant is en u goede voeding geeft. Meestal slaat de plant dan een jaar bloei over. Soorten die zich hiervoor lenen zijn o.a. Skimmia, Aucuba, Mahonia, Ilex ,Hulst, Euonymus, Laurierkers, Prunus en Rhododendron.
Terugloop en wildopslag
- Sommige soorten groenblijvende heesters vertonen terugloop en krijgen afwijkende takken. Bontbladige struiken kunnen bijvoorbeeld opeens groene takken krijgen en in compacte struiken willen nog wel eens takken opschieten. Snoei deze takken zo snel mogelijk diep uit de struik weg tot in het goede hout. Doet u dit niet, dan kan de terugloop binnen een paar jaar de overhand krijgen.
- Soorten die worden geënt vertonen soms wildopslag vanuit de onderstam. Snoei ook dit zo snel mogelijk en zo diep mogelijk weg.
Coniferen
- Snoei schubconiferen (ook conifeerhagen) terug met een heggenschaar. Dit kunt u het beste doen aan het eind van de eerste groeiperiode (april-juni), dan kunnen ze in de tweede groeiperiode (augustus-september) herstellen en gaan ze de winter weer in vol ornaat tegemoet.
Hagen
- De meeste haagsoorten kunt u het beste eerst aan de onderkant laten volgroeien voor u ze omhoog laat komen.
- Laat hagen aan de onderkant iets breder worden (onder een hoek van 10°). Zo voorkomt u dat de haag onder kaal wordt als gevolg van te weinig zon.
- De meeste hagen hoeven maar eens per jaar geknipt te worden. Wilt u snelgroeiende hagen zoals Liguster en Berberis strak houden, dan moet u ze jaarlijks wel vijf keer knippen.
Snoeien bloemheesters
- Bloeit de heester op de scheut, de twijg of de tak? Tijdens de bloei kunt u vaststellen op welk hout de bloem groeit, dan wordt ook de snoeimethode duidelijk. De kleur van het hout vertelt u hoe oud de tak is.
Scheutbloeiers
- Scheutbloeiers krijgen in het voorjaar en de voorzomer scheuten die nog diezelfde zomer zullen bloeien. Ze bloeien dus altijd van de langste dag van het jaar tot en met het najaar. Voorbeelden hiervan zijn Rozen, Buddleja, Potentilla, Hypericum, Spiraea, Hibiscus, Calluna, Caryopteris en Perovskia. Als u deze heesters in het voorjaar goed snoeit, krijgen ze veel jonge scheuten én bloemen. De meeste scheutbloeiers kunt u dan ook het beste ieder jaar laag afsnoeien.
Twijgbloeier
- De bloemen van twijgbloeiers vormen zich op het hout dat het voorgaande jaar is gegroeid. Ze bloeien van het vroege voorjaar tot de langste dag van het jaar. Voorbeelden hiervan zijn Cytisus, Forsythia, Ribes, Syringa en Salix. Snoei twijgbloeiers vlak na de bloei terug. Bij veel soorten werkt verjongingssnoei goed: dan snoeit u er ieder jaar een gedeelte van de oude takken uit. Andere soorten kunt u het beste direct na de bloei terugsnoeien. Dit geldt bijvoorbeeld voor Cytisus (zorg dat u in het groene hout blijft) en Salix.
Takbloeier
- Let bij het snoeien van takbloeiers vooral op de vorm (zeker bij jonge struiken) en minder op de bloemen. Voorbeelden van takbloeiers zijn de Magnolia, verschillende Viburnums en Hamamelis.
- Creëer bij jonge planten een evenwichtig takkenstelsel, let daarbij vooral op schurende takken en verwijder zwakke takken.
- Komen er uit de grond spontaan nieuwe, sterke scheuten op? Probeer deze als vervangende takken te gebruiken of snoei ze weg. Zo voorkomt u dat de struik te dicht wordt.
Klimplanten
- Klimplanten komen als scheut-, twijg- en takbloeier voor. Snoei deze ook op deze manier. Wilt u iets laten begroeien? Leid de gesteltakken dan meteen goed aan en snoei de klimplant tot deze takken terug.
- Snoei clematissen die in de zomer bloeien vroeg in het voorjaar tot vlak boven de grond worden af, dan vormen ze nog datzelfde jaar een gewas dat tot ruim twee meter hoogte rijk bloeit.
Bladheesters
- Bladheesters vormen de mooiste bladeren aan krachtige scheuten. Snoei ze daarom als een scheutbloeier. Voorbeelden van bladheesters zijn Cotinus, bonte Ligustrum en Weigelia. U kunt deze het beste in het voorjaar flink insnoeien, waarbij u wel rekening moet houden met de natuurlijke vorm van de plant.
- Rode Acers, die zowel een mooi blad als een mooie habitus hebben, hoeft u niet te snoeien. Wilt u dit toch doen, snoei ze dan als een takbloeier.
Fruitbomen snoeien
Pit- en steenvruchten
Fruitbomen zijn er in twee soorten: pitvruchten (appel en peer) en steenvruchten (diverse soorten Prunus: pruim, kers, perzik en abrikoos). Snoei een fruitboom zo, dat de kruin open blijft.
Tijdstip
- In de winter vindt de hoofdsnoei van fruitbomen plaats; pitvruchten van november tot februari, steenvruchten (in verband met de schimmelziekte loodglans) zo laat mogelijk: in maart.
- Om de kroon open te houden, snoeit u in augustus de jonge, stijl en snel groeiende takken (waterlot) weg die na de wintersnoei zijn ontstaan.
Onderstam
- De onderstam bepaalt de vorm en de grootte van de fruitboom. Struik- en halfstambomen kennen door de langzaam groeiende onderstam een zwakkere groei. Wel geven deze bomen al op jonge leeftijd veel vrucht. De levensduur van deze bomen is wel korter: ongeveer dertig jaar.
- Hoogstammen hebben een snellere onderstam en groeien veel sterker. Ook worden ze met een stamhoogte van ongeveer 180 centimeter groter. Ze beginnen later met de vruchtzetting, maar worden soms wel ouder dan honderd jaar.
Sporen
- De Malus (roze bloesem) en de Pyrus (witte bloesem) geven fruit en bloesem aan de sporen: de korte, gedrongen en sterk vertakkende takjes. Doorgaans zijn de bloemknoppen al in aanleg korter en dikker.
- Sporen groeien vanzelf op de korte twijgjes op de gesteltakken. Wilt u dit bevorderen, snoei deze dan in tot er vier of vijf overblijven. De bovenste ogen zullen nieuwe scheuten geven; de onderste geven bloemknoppen. Snoei het gedeelte boven de bloemknoppen een jaar later af.
- Sommige pitvruchten en steenvruchten dragen de vruchtknoppen aan het einde van de twijgen. Hierbij is het belangrijk om veel twijgen te laten staan. U snoeit ze om ruimte in de kroon te creëren en de gesteltakken te verjongen.
Struik- en spilvorm
- De struikvorm is populair vanwege zijn vele vruchten en het gemak van het oogsten. Vruchtstruiken moeten een gespreide en open kroon hebben waar zon en wind goed bij kunnen. Een hoofdtak is niet per se nodig; een zestal gesteltakken is voldoende. Snoei elke winter de meeste twijgen weg. Verdun en verjong bij een oudere boom de sporen.
- Laat bij een spil, de struikvorm met een doorgaande stam tot ongeveer twee meter, de korte (horizontaal of afhangende) takken zitten. Groeien de jonge twijgen te veel omhoog, buig deze dan met touw af. Zorg dat de bovenste takken korter zijn dan de onderste.
Halfstam
- De halfstam snoeit u hetzelfde als een struik. De halfstam is populair vanwege zijn boomachtige karakter, evenals vanwege het feit het gras eromheen gemakkelijker gemaaid kan worden. Nadeel is wel dat de vruchten erg hoog zitten.
Hoogstam
- De kroon van een hoogstam verdient extra aandacht. Voor een bolvormige kroon laat u drie gesteltakken verder van de stam twee keer vertakken. Zo vormt u met twaalf gesteltakken een goede basis.
- Wilt u een piramidaalvormige kroon? Laat dan op de onderste laag drie gesteltakken zitten. De hoofdtak snoeit u ongeveer 60 tot 80 centimeter erboven af. Daar komt dan weer een laag van drie gesteltakken. Ga zo door tot u drie of vier lagen hebt en zorg ervoor dat de vertakking van elke laag verder van de stam begint dan die van de vorige laag.
Geleide vormen
- Bij sommige soorten kunt u de fruit leiden (snoeren, spalieren, waaiers en bogen). Zo worden de perzik en de abrikoos vaak als waaier langs een muur gekweekt omdat ze dan beter rijpen.
- Spalieren van de Malus en Pyrus kunnen ook prima als vrijstaande haag worden geplant. Vorm de gesteltakken geleidelijk en ga er langer mee door dan bij een vrije vorm. Wilt u vruchthout kweken? Doe dat dan zoals onder het kopje ‘sporen’.
|
|
 |
 |
 |
 |
|